|
Het gevaar zit in de ioniserende straling
Radioactieve stoffen zenden ioniserende stralen
uit. Die kunnen wijzigingen aanbrengen in de structuur van de materie
waarin ze doordringen. Hoe gebeurt dit? Door hun sterk energetisch karakter
kan ioniserende straling elektronen wegslaan uit atomen die ze op haar
weg tegenkomt (ionisatie). Dit kan celschade veroorzaken.
Nu is ionisatie een constant verschijnsel, ook in ons lichaam. We staan
immers onafgebroken bloot aan ioniserende straling. Ons lichaam heeft
echter een doeltreffend herstelmechanisme: het produceert voortdurend
nieuwe cellen.
Soms evenwel is de schade door bestraling onherstelbaar. In dit geval,
kunnen de aangetaste cellen afsterven (vroege stralingseffecten) of voortleven
in een gewijzigde vorm. Ze hebben een mutatie ondergaan (vertraagde stralingseffecten).
Hoe
groot is het gevaar?
Deze
vraag is moeilijk te beantwoorden. De grootte van het gevaar is afhankelijk
van verschillende factoren, zoals de duur van de blootstelling, de intensiteit
van de bestraling, het type straling (alfa, bète, gamma), en of
het lichaam helemaal of slechts gedeeltelijk werd blootgesteld.
Vroege
stralingseffecten
De blootstelling aan een hoge dosis straling
kan leiden tot het afsterven van zo veel cellen dat ons lichaam ze niet
snel genoeg kan vervangen. Ernstige symptomen, zoals huidverbranding,
braken, duizeligheid, hoofdpijn of interne bloedingen, zijn het gevolg.
Bij een uitzonderlijk hoge dosis kan een persoon na enkele dagen of weken
sterven.
Vertraagde
stralingseffecten
Als radioactieve deeltjes ingenomen of ingeademd
worden, nestelen zich in bepaalde organen. Als een radioactief atoom daaruiteenvalt
en energie afgeeft, kan het een naburige cel beschadigen.
De groei van iedere cel in het lichaam wordt geregeld door genen. Ze bepalen
wanneer en hoe zo'n cel zich deelt. Als die genen met regelende functie
schade oplopen, kan een onbeheerste, op hol geslagen celdeling ontstaan.
In sommige gevallen zal het resultaat van zo'n deling kanker zijn. Een
dergelijke kanker kan er tientallen jaren over doen om tot ontwikkeling
te komen.
Er zijn studies uitgevoerd op bevolkingsgroepen die zijn blootgesteld
aan een uitzonderlijk hoge dosis straling, onder meer bij de overlevenden
van de atoomexplosies van Hiroshima en Nagasaki. Daaruit blijkt dat zeer
hoge doses kunnen leiden tot een verhoogd kankerrisico en mogelijk ook
tot genetische schade. Deze effecten kunnen niet worden vastgesteld bij
elk blootgesteld individu; ze komen willekeurig voor bij de bestraalde
populatie.
Je
vindt niet wat je zoekt? Stel ons je vragen
of geef je commentaar.
|