|
|
 |
 |
Bescherming
is mogelijk
Door
uitgebreid onderzoek weten we veel over ioniserende straling. Gewapend
met die kennis heeft de mens gereedschappen en technieken ontwikkeld
en verfijnd om zich te beschermen. |
|
Bescherming is noodzakelijk
Als
je vreest dat de zon schade aan je huid zal berokkenen, kan je een aantal
voorzorgen nemen: onder een parasol gaan zitten of je insmeren met een zonnebrandolie.
Met ioniserende straling is het niet anders: wie met radioactieve stoffen
omgaat, moet zich beschermen tegen straling en tegen besmetting.
|
Hoe kunnen we ons beschermen tegen straling?
De
gereedschappen en technieken om ons te beschermen tegen ioniserende straling
zijn gebaseerd op de volgende principes: |
 |
 |
 |
 |
 |
|
Duur
van de blootstelling
Hoe korter de blootstellingsduur, hoe kleiner de stralingsdosis. |
 |
Afstand
tot de bron
Hoe verder de radioactieve bron verwijderd is, hoe kleiner de dosis. |
 |
Afscherming
en insluiting
Water, glas, lood, beton en veel andere materialen schermen straling
doeltreffend af. Het inkapselen of insluiten van radioactieve stoffen
gaat de verspreiding ervan tegen. Aangepaste kledij en maskers beperken
het risico op besmetting. |
 |
|
Bestaan er wetten die stralingsbescherming verplichten?
Ja,
er bestaan wel degelijk regels voor stralingsbescherming. Die worden internationaal
uitgewerkt. Ze worden dan opgenomen in internationale en nationale reglementeringen.
België beschikt over een Koninklijk besluit dat de beschermingsmaatregelen
precies omschrijft. Het wordt regelmatig aan de wetenschappelijk-technische
vooruitgang aangepast. Het gaat over het Koninklijk besluit (en zijn aanvullingen)
van 26 februari 1963, gewijzigd door het Koninklijk besluit van 20 juli
2001 (dat van kracht werd op 30 augustus 2001)
houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers
en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen (zie tekst
op de website van het FANC). |
Waarop
is de regelgeving inzake stralingsbescherming gebaseerd?
De
Internationale Commissie voor Stralingsbescherming (ICRP)
beveelt een systeem aan dat op drie principes gebaseerd is.
| 1. |
Het
principe van de rechtvaardiging van de praktijk
De voordelen van radioactiviteit moeten opwegen tegen de nadelen.
|
| 2. |
Het
principe van de optimalisering van de bescherming
De doses moeten zo laag gehouden worden als redelijkerwijze mogelijk
is. Hierbij wordt rekening gehouden met economische en sociale factoren.
In het vakjargon noemt men dit het ALARA-principe ("As Low As
Reasonably Achievable").
|
| 3. |
Het
principe van de individuele dosislimieten
Zowel voor de bevolking als voor de werknemers die door hun beroep
blootgesteld worden, zijn individuele dosislimieten bepaald.
|
|
|
Welke
zijn de wettelijk vastgelegde, individuele dosislimieten?
De
dosislimieten in België zijn vastgelegd in het koninklijk besluit
(en zijn aanvullingen) van 26 februari 1963, gewijzigd door het koninklijk
besluit van 20 juli 2001 (dat van kracht werd op 30 augustus 2001)
houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de
werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen
(zie tekst op de website van het FANC).
De maximale dosis waaraan een burger kan worden blootgesteld bovenop de
natuurlijke achtergrondstraling werd teruggebracht tot 1 mSv gemeten over
12 opeenvolgende maanden. Voor de beroepshalve aan ioniserende straling
blootgestelde personen bedraagt de maximale dosis 20 mSv gemeten over
12 opeenvolgende maanden.
Ter vergelijking: gemiddeld wordt ieder van ons in België blootgesteld
aan 2 à 10 mSv per jaar tengevolge van de kosmische straling en
de radioactieve stoffen die aanwezig zijn in de natuur, in de bodem en
in bouwmaterialen. Dit varieert immers van plaats tot plaats. Voor de
medische toepassingen bedraagt de gemiddelde jaarlijkse dosis in Europa
ongeveer 1 mSv.
Als
een of andere term u niet helemaal duidelijk is, raadpleeg dan ons glossarium.
|
|
|
|